Overslaan naar inhoud

Encoder vervangen zonder datasheet: zo bepaalt u toch de juiste vervanger

Welke gegevens zijn minimaal nodig wanneer typenummer of documentatie ontbreekt?
11 augustus 2026 in
Encoder vervangen zonder datasheet: zo bepaalt u toch de juiste vervanger
Miki Nabben

Een oude encoder valt uit, maar de originele datasheet is nergens meer te vinden. Het typenummer is deels onleesbaar, de machinebouwer bestaat niet meer of de encoder is al jaren uit productie. Toch is vervanging vaak mogelijk. De belangrijkste stap is om niet vanuit één kenmerk te gokken, maar de bestaande encoder systematisch te reconstrueren.

Kort antwoord

Een encoder kan vaak ook zonder datasheet worden vervangen wanneer u minimaal de mechanische bouwvorm, voedingsspanning, uitgang of interface, resolutie, aansluiting en functie in de machine kunt achterhalen. Foto's van typeplaatje, montage en connector zijn daarbij vaak net zo waardevol als een oud artikelnummer. Begin bij identificatie en sluit pas daarna mogelijke vervangers uit of in.

Waarom vervangen zonder datasheet risicovol is

Twee encoders kunnen er vrijwel hetzelfde uitzien en toch elektrisch totaal verschillend zijn. Een 58 mm encoder met een 10 mm as kan bijvoorbeeld een push-pull uitgang hebben, maar ook RS422/TTL, open collector, SSI of een veldbusinterface. Ook het aantal pulsen, de voedingsspanning en de pinbezetting kunnen binnen één familie verschillen.

Daarom is “dezelfde diameter en dezelfde connector” nooit voldoende als selectiecriterium. Bij een directe retrofit moet de volledige signaalketen kloppen: encoder, kabel, PLC, drive of tellerkaart én de mechanische koppeling.

Welke gegevens zijn minimaal nodig?

ControlepuntWat vastleggenWaarom dit nodig is
TypeplaatjeAlle zichtbare letters, cijfers, logo's en keurmerkenEen gedeeltelijk typenummer kan al naar een serie of fabrikant leiden
MechanicaAs of holle as, diameter, flens, centerrand, boutpatroon, bouwlengteBepaalt of de vervanger fysiek gemonteerd kan worden
VoedingBijvoorbeeld 5 V, 10–30 V of 24 VDCVerkeerde voeding kan leiden tot geen signaal of schade
Signaal/interfaceA/B/Z, push-pull, RS422, SSI, CANopen, PROFINET, EnDat enz.Bepaalt of de bestaande besturing het signaal kan verwerken
ResolutiePPR/CPR of bits per omwentelingBepaalt schaal, positionering en maximale frequentie
AansluitingKabel, M12, M23, Sub-D, wartel en pinbezettingDezelfde connector betekent niet automatisch dezelfde pinout
ToepassingToerental, positie, motorfeedback, meetwiel, machine-asMaakt duidelijk welke functie technisch behouden moet blijven

Stap 1: maak bruikbare foto's vóór demontage

Maak niet alleen een close-up van het typeplaatje. Fotografeer ook de encoder in de machine, de flens, de koppeling, de kabelroute, de connector en de aansluiting op PLC of drive. Een foto waarop de totale montage zichtbaar is, voorkomt dat een vervanger elektrisch klopt maar mechanisch niet past.

Is het typenummer slecht leesbaar? Maak meerdere foto's onder een andere hoek en met zijlicht. Noteer handmatig alles wat u nog kunt onderscheiden. Via Encoder identificeren kunt u deze gegevens bundelen voor een technische vergelijking.

Stap 2: bepaal of het een incrementele of absolute encoder is

Een incrementele encoder levert doorgaans pulssignalen zoals A en B en eventueel een indexkanaal Z. Een absolute encoder geeft daarentegen een unieke positiewaarde door, vaak via een seriële interface of industriële bus. Dat verschil bepaalt direct welke vervangers technisch zinvol zijn.

Bij een onbekende incrementele encoder zijn A-, B- en Z-signalen en de uitleg over HTL versus TTL nuttige controlepunten. Bij een absolute encoder moeten juist interface, bitindeling, singleturn/multiturn en parametrering worden gecontroleerd.

Stap 3: reconstrueer de resolutie

De resolutie kan op het typeplaatje staan als bijvoorbeeld 500, 1.024, 2.048 of 5.000 PPR. Bij absolute encoders wordt deze vaak in bits opgegeven. Staat niets vermeld, controleer dan machine-documentatie, driveparameters of PLC-schaalfactoren.

Gebruik geen andere resolutie zonder te controleren wat de besturing verwacht. Meer achtergrond staat in PPR, CPR en encoderresolutie: zo voorkomt u een verkeerde vervanger.

Stap 4: volg de kabel tot aan de ontvanger

Wanneer de encoder zelf weinig informatie prijsgeeft, vertelt de ontvangende elektronica vaak veel. Zoek op de PLC-, tellerkaart- of drive-ingang naar labels, aansluitschema's en parameters. Een high-speed counter met A/B-ingangen wijst bijvoorbeeld op een andere oplossing dan een drive met EnDat- of HIPERFACE-ingang.

Controleer ook de pinbezetting. Draaddiktes en kleuren kunnen aanwijzingen geven, maar zijn nooit universeel gestandaardiseerd. Gebruik daarom bij twijfel de methode uit encoderpinbezetting achterhalen.

Stap 5: meet de encoder mechanisch op

Leg minimaal asdiameter, aslengte, flensdiameter, centerrand, boutcirkel, behuizingsdiameter, totale bouwlengte en kabeluitgang vast. Bij holle-as encoders komen daar boring, klemming en draaimomentsteun bij. Maak bij voorkeur een eenvoudige maatschets.

Een alternatief hoeft niet exact dezelfde behuizing te hebben. Een adapterplaat of andere koppeling kan technisch prima zijn, maar dat moet vooraf bewust worden gekozen.

Wat kunt u meestal níet veilig raden?

  • de pinbezetting op basis van alleen draadkleur;
  • het uitgangstype op basis van alleen voedingsspanning;
  • het aantal PPR op basis van alleen de toepassing;
  • singleturn- of multiturngegevens zonder parametrering of documentatie;
  • de maximaal toegestane asbelasting;
  • of eenzelfde connector elektrisch één-op-één compatibel is;
  • of de drive een motorfeedbackencoder automatisch kan herkennen.

Wanneer is een programmeerbare encoder interessant?

Als de mechanische vorm en het elektrische principe bekend zijn, maar het exacte pulsaantal of uitgangstype afwijkend is, kan een programmeerbare encoder een sterke retrofitroute zijn. Dat is vooral nuttig bij oude of zeldzame pulsenaantallen. Zie ook programmeerbare encoder als vervanger voor een oud of afwijkend type.

Praktische beslisvolgorde

  1. Identificeer fabrikant, serie of restanten van het typenummer.
  2. Bepaal incrementeel, absoluut of motorfeedback.
  3. Leg mechanische maatvoering volledig vast.
  4. Controleer voeding en elektrisch uitgangsprincipe.
  5. Controleer resolutie en maximale snelheid.
  6. Controleer connector en pinbezetting.
  7. Controleer ontvanger: PLC, drive, tellerkaart of veldbus.
  8. Vergelijk pas daarna beschikbare vervangers.

Veelgestelde vragen

Kan een encoder zonder zichtbaar typenummer toch worden vervangen?

Vaak wel. Met duidelijke foto's, mechanische maten, informatie over de aansluiting en gegevens van PLC of drive kan de technische functie meestal stap voor stap worden gereconstrueerd.

Is dezelfde connector voldoende voor een één-op-één vervanging?

Nee. Mechanisch dezelfde connector kan een andere pinbezetting, voeding of interface hebben. Controleer altijd het elektrische schema.

Mag ik een andere PPR gebruiken als het originele aantal onbekend is?

Alleen wanneer de schaalfactor en maximale frequentie van de besturing gecontroleerd en zo nodig aangepast kunnen worden. Voor een directe retrofit is dezelfde functionele resolutie de veiligste route.

Wat stuur ik op voor identificatie?

Een scherpe foto van typeplaatje, totaalbeeld van de montage, foto van connector/kabel, mechanische maten en indien beschikbaar het schema of type van PLC/drive.

Encoder zonder datasheet laten identificeren

Heeft u een oude of onbekende encoder en ontbreekt de documentatie? Start via encoder identificeren via foto en technische gegevens. Indusen kan vervolgens mechanica, signaal, resolutie en aansluiting vergelijken en aangeven welke vervangingsroute technisch het meest logisch is.

Voor bredere selectie en retrofitprojecten kunt u ook terecht bij Indusen encoderoplossingen.

Encoder vervangen zonder PLC of drive aan te passen: compatibiliteitscheck
Complete compatibiliteitscheck voor een encodervervanging met minimale impact op PLC, drive, bedrading en machinegedrag.