Overslaan naar inhoud

Encoderpinbezetting achterhalen: connector, draadkleuren en signalen veilig controleren

Veilige methode voor identificatie van connector, draadkleuren, A/B/Z, differentiële signalen, afscherming en documentatie.
28 juli 2026 in
Encoderpinbezetting achterhalen: connector, draadkleuren en signalen veilig controleren
Miki Nabben

Bij een onbekende of oude encoder ontbreekt regelmatig het aansluitschema. De verleiding is dan groot om draadkleuren of een vergelijkbare connector als uitgangspunt te nemen. Dat is risicovol: dezelfde connector kan voor meerdere pinbezettingen, voedingsspanningen en uitgangstypen worden gebruikt.

Een verkeerde aansluiting kan leiden tot geen signaal, foutieve richting of permanente schade aan encoder en besturing.

Kort antwoord

Achterhaal de pinbezetting bij voorkeur via het volledige typenummer en de officiële datasheet. Vergelijk daarna connectoraanzicht, pinnummers, voeding, massa, A/B/Z-signalen, complementaire signalen en afscherming. Gebruik draadkleuren alleen als aanvullende aanwijzing voor het exacte model, nooit als universele standaard.

Veiligheid: schakel de installatie spanningsloos voordat u bedrading losneemt of wijzigt. Werk aan industriële besturingen hoort door gekwalificeerd personeel te worden uitgevoerd.

Waarom bestaat er geen universele encoderpinbezetting?

Fabrikanten gebruiken verschillende connectoren en coderingen. Zelfs binnen één productfamilie kan de pinout verschillen door:

  • HTL-, TTL/RS-422- of sin/cos-uitgang;
  • 3-, 6- of meerkanaals uitvoering;
  • aanwezigheid van alarm-, sense- of programmeerdraden;
  • andere voedingsspanning;
  • andere connectorvariant;
  • absolute interface zoals SSI, BiSS, CANopen of Industrial Ethernet;
  • klantspecifieke uitvoering;
  • verschil tussen connectoraanzicht en kabelaanzicht.

Begin bij het volledige typenummer

Neem alle letters, cijfers, punten, schuine strepen en streepjes over. Eén teken kan het verschil aangeven tussen HTL en TTL, M12 en M23, kabel en connector of een andere asuitvoering.

Maak een scherpe foto van:

  • typeplaatje;
  • volledige encoder;
  • connector aan encoderzijde;
  • connector aan kabelzijde;
  • eventuele pinnummers of codering;
  • kabel- en draadkleuren;
  • aansluiting in schakelkast, PLC of drive.

Is het typeplaatje onleesbaar? Gebruik dan onbekende encoder identificeren.

Let op het aanzicht van de connector

Datasheets tonen vaak “view on male device connector”, “solder side”, “mating side” of “view on cable connector”. Een schema kan daardoor gespiegeld lijken ten opzichte van wat u voor u ziet.

AanduidingBetekenisRisico
Device sideAanzicht op connector van de encoderNiet verwarren met kabelstekker
Mating sideAanzicht op contactzijde die koppeltKan gespiegeld zijn ten opzichte van soldeerzijde
Solder sideAanzicht vanaf bedrading/soldeerzijdePinnummers lijken omgekeerd
Male/femaleGeslacht van contactenBehuizing en pennen kunnen anders worden geïnterpreteerd

Veelvoorkomende signalen

AanduidingFunctieOpmerking
+UB, +US, VccPositieve voedingSpanning per type controleren
0 V, GND, commonVoedingsreferentieNiet automatisch gelijk aan shield/case
AIncrementeel kanaal APositie/snelheid
BIncrementeel kanaal BRichting via faseverschil
Z, N, RIndex- of referentiekanaalVaak één gebeurtenis per omwenteling
A-, /A, A'Complement van ADifferentieel signaalpaar
B-, /B, B'Complement van BDifferentieel signaalpaar
Z-, /Z, Z'Complement van ZDifferentieel signaalpaar
ShieldKabelafschermingAansluiting volgens fabrikant/machineontwerp
SenseSpanningscompensatie of bewakingNiet als gewoon signaal behandelen
AlarmStatus- of foutuitgangModelafhankelijk

Draadkleuren zijn geen universele standaard

Binnen één encoderfamilie kunnen kleuren consistent zijn, maar tussen merken en uitvoeringen bestaan grote verschillen. Rood is vaak voeding en blauw of zwart vaak massa, maar daarop mag u niet vertrouwen zonder documentatie.

Gebruik draadkleuren alleen wanneer:

  • de officiële datasheet exact bij het typenummer hoort;
  • de kabel origineel en niet eerder aangepast is;
  • connector en kabellengte bij dezelfde uitvoering horen;
  • het connectoraanzicht correct wordt geïnterpreteerd.

Stappenplan om de pinbezetting te achterhalen

1. Documenteer vóór demontage

Maak overzichts- en detailfoto’s, markeer connectororiëntatie en noteer iedere ader of klem. Leg ook vast aan welke PLC-, teller- of driveklemmen de kabel is aangesloten.

2. Zoek de officiële documentatie

Zoek op volledig merk, typenummer en eventueel ID- of serienummer. Gebruik bij voorkeur de officiële fabrikantdatasheet of montagehandleiding.

3. Vergelijk mechanische connectorgegevens

Controleer M12, M23 of andere connector, aantal polen, codering, male/female en sleutelpositie.

4. Identificeer eerst voeding en massa

Sluit nooit signaaldraden aan voordat voedingsspanning en polariteit voldoende zeker zijn. Een fout op de voedingspinnen kan de encoder direct beschadigen.

5. Bepaal het uitgangstype

Controleer HTL, TTL/RS-422, open collector, sin/cos of absolute interface. Dit bepaalt welk elektrisch gedrag u op de signalen verwacht.

6. Leg A/B/Z en complementen vast

Noteer ieder kanaal afzonderlijk. Controleer of de machine 3-kanaals of 6-kanaals signalen gebruikt.

7. Vergelijk met de ontvangende ingang

Een PLC- of drivehandleiding kan helpen om te zien welke klemmen voeding, A/A-, B/B- en Z/Z- verwachten. De informatie van encoder én ontvanger moet overeenkomen.

8. Documenteer de definitieve pinout

Sla de gecontroleerde pinbezetting op bij machine, artikelnummer en reservedelenlijst. Dat voorkomt opnieuw zoeken bij de volgende storing.

M12 is niet altijd dezelfde pinout

M12-connectoren bestaan in verschillende pooltallen en coderingen. Een 5-polige M12 kan bijvoorbeeld een eenvoudige A/B-uitvoering bevatten, terwijl een 8-polige uitvoering A/A-, B/B-, Z/Z-, voeding en massa kan combineren. Dit is echter geen universele indeling.

Controleer altijd:

  • aantal polen;
  • A-, B-, D- of andere codering;
  • positie van de sleutel;
  • mannelijke of vrouwelijke uitvoering;
  • pinnummering in de datasheet;
  • connectoraanzicht.

M23 en ronde industriële connectoren

M23-connectoren worden veel gebruikt bij encoders en motorfeedback, maar het aantal polen en de pinbezetting verschillen. Een M23-behuizing garandeert daarom geen elektrische compatibiliteit.

Bij motorfeedback kunnen naast positiekanalen ook temperatuur-, commutatie- of seriële datalijnen aanwezig zijn. Zulke systemen mogen niet als standaard A/B/Z-encoder worden behandeld.

Kan continuïteit meten helpen?

Met een spanningsloze, volledig losgenomen kabel kan een continuïteitsmeting helpen om te bepalen welke connectorpin bij welke ader of klem hoort. Dit toont echter alleen de kabelverbinding en niet de functie van die pin.

Let op:

  • meet niet door actieve elektronica alsof het een gewone draad is;
  • koppel beide uiteinden volgens procedure los;
  • voorkom testspanningen die elektronica kunnen beïnvloeden;
  • gebruik metingen alleen als aanvulling op officiële documentatie.

Signalen meten zonder verkeerde conclusies

Een multimeter kan voeding en soms langzaam wisselende signalen tonen, maar is ongeschikt voor volledige beoordeling van snelle encodersignalen. Een oscilloscoop of encoderdiagnoseapparaat kan amplitude, frequentie, fase, flankvorm en ruis laten zien.

MeetmiddelGeschikt voorBeperking
MultimeterVoeding, polariteit, continuïteitToont snelle pulsen niet betrouwbaar
OscilloscoopA/B/Z, fase, amplitude, ruis en frequentieCorrect aansluiten en interpreteren vereist kennis
Logic analyzerDigitale timing en tellingIngangsniveau moet veilig passen
Encoder testerGerichte feedbackdiagnoseMoet geschikt zijn voor uitgangstype/interface

Veelgemaakte fouten

  • rood automatisch als plus en zwart automatisch als massa aannemen;
  • connectoraanzicht verkeerd om lezen;
  • M12- of M23-pinout van een ander merk kopiëren;
  • HTL en TTL door elkaar halen;
  • A- als massa interpreteren;
  • shield en 0 V zonder controle verbinden;
  • ongebruikte draden aan massa leggen;
  • voeding inschakelen voordat de pinout is geverifieerd;
  • alleen de encoderdata bekijken en niet de ontvangende ingang.

Pinbezetting bij vervanging vergelijken

OnderdeelBestaande encoderVervangerActie
VoedingPin en spanning vastleggenExact vergelijkenGeen compromis zonder engineering
Massa/commonPin en referentie vastleggenExact vergelijkenAangepaste kabel indien nodig
A/B/ZKanalen en richtingFunctie behoudenPinout of software aanpassen
ComplementenA-/B-/Z- aanwezig?Ontvangerbehoefte controlerenGeen 3-kanaals vervanger bij vereiste 6-kanalen
ShieldMachineconcept vastleggenFabrikantinstructie controlerenAardingsplan behouden
ConnectorType, codering, genderGelijk of afwijkendAdapterkabel ontwerpen en documenteren

Welke informatie kunt u aanleveren?

  • volledig typenummer en serienummer;
  • foto van typeplaatje;
  • foto recht op de connectorpinnen;
  • foto van kabelstekker en sleutelpositie;
  • zichtbare draadkleuren en klemnummers;
  • schema van PLC, drive of teller;
  • voedingsspanning;
  • bekend uitgangstype;
  • machinefabrikant en toepassing.

Veelgestelde vragen

Hebben alle 8-polige M12-encoders dezelfde pinbezetting?

Nee. Pinbezetting en signaaltype verschillen per fabrikant, serie en uitvoering.

Kan ik de draadkleuren van een ander merk gebruiken?

Nee. Gebruik alleen kleuren uit de officiële documentatie van het exacte type.

Is A- hetzelfde als massa?

Nee. A- is meestal het complementaire signaal van A bij een differentiële uitgang.

Kan een aangepaste kabel een andere connector oplossen?

Vaak wel, mits alle elektrische functies, spanningen en signalen correct worden vertaald en gedocumenteerd.

Gerelateerde pagina's

Encoderpinbezetting laten controleren

Heeft u een encoder zonder aansluitschema of wilt u een vervanger met een andere connector toepassen? Stuur het volledige typenummer, foto’s van beide connectorzijden en de beschikbare schema’s.

Via contact beoordeelt Indusen de technische gegevens en kan een passende encoder of aangepaste aansluitingsroute worden voorgesteld. Sluit een onbekende encoder niet aan zolang voeding en pinbezetting niet voldoende zeker zijn.

PPR, CPR en encoderresolutie: zo voorkomt u een verkeerde vervanger
Van signaalperioden en quadratuur tot uitgangsfrequentie, meetwielresolutie en vervanging door een programmeerbare encoder.