Bij een onbekende of oude encoder ontbreekt regelmatig het aansluitschema. De verleiding is dan groot om draadkleuren of een vergelijkbare connector als uitgangspunt te nemen. Dat is risicovol: dezelfde connector kan voor meerdere pinbezettingen, voedingsspanningen en uitgangstypen worden gebruikt.
Een verkeerde aansluiting kan leiden tot geen signaal, foutieve richting of permanente schade aan encoder en besturing.
Kort antwoord
Achterhaal de pinbezetting bij voorkeur via het volledige typenummer en de officiële datasheet. Vergelijk daarna connectoraanzicht, pinnummers, voeding, massa, A/B/Z-signalen, complementaire signalen en afscherming. Gebruik draadkleuren alleen als aanvullende aanwijzing voor het exacte model, nooit als universele standaard.
Veiligheid: schakel de installatie spanningsloos voordat u bedrading losneemt of wijzigt. Werk aan industriële besturingen hoort door gekwalificeerd personeel te worden uitgevoerd.
Waarom bestaat er geen universele encoderpinbezetting?
Fabrikanten gebruiken verschillende connectoren en coderingen. Zelfs binnen één productfamilie kan de pinout verschillen door:
- HTL-, TTL/RS-422- of sin/cos-uitgang;
- 3-, 6- of meerkanaals uitvoering;
- aanwezigheid van alarm-, sense- of programmeerdraden;
- andere voedingsspanning;
- andere connectorvariant;
- absolute interface zoals SSI, BiSS, CANopen of Industrial Ethernet;
- klantspecifieke uitvoering;
- verschil tussen connectoraanzicht en kabelaanzicht.
Begin bij het volledige typenummer
Neem alle letters, cijfers, punten, schuine strepen en streepjes over. Eén teken kan het verschil aangeven tussen HTL en TTL, M12 en M23, kabel en connector of een andere asuitvoering.
Maak een scherpe foto van:
- typeplaatje;
- volledige encoder;
- connector aan encoderzijde;
- connector aan kabelzijde;
- eventuele pinnummers of codering;
- kabel- en draadkleuren;
- aansluiting in schakelkast, PLC of drive.
Is het typeplaatje onleesbaar? Gebruik dan onbekende encoder identificeren.
Let op het aanzicht van de connector
Datasheets tonen vaak “view on male device connector”, “solder side”, “mating side” of “view on cable connector”. Een schema kan daardoor gespiegeld lijken ten opzichte van wat u voor u ziet.
| Aanduiding | Betekenis | Risico |
|---|---|---|
| Device side | Aanzicht op connector van de encoder | Niet verwarren met kabelstekker |
| Mating side | Aanzicht op contactzijde die koppelt | Kan gespiegeld zijn ten opzichte van soldeerzijde |
| Solder side | Aanzicht vanaf bedrading/soldeerzijde | Pinnummers lijken omgekeerd |
| Male/female | Geslacht van contacten | Behuizing en pennen kunnen anders worden geïnterpreteerd |
Veelvoorkomende signalen
| Aanduiding | Functie | Opmerking |
|---|---|---|
| +UB, +US, Vcc | Positieve voeding | Spanning per type controleren |
| 0 V, GND, common | Voedingsreferentie | Niet automatisch gelijk aan shield/case |
| A | Incrementeel kanaal A | Positie/snelheid |
| B | Incrementeel kanaal B | Richting via faseverschil |
| Z, N, R | Index- of referentiekanaal | Vaak één gebeurtenis per omwenteling |
| A-, /A, A' | Complement van A | Differentieel signaalpaar |
| B-, /B, B' | Complement van B | Differentieel signaalpaar |
| Z-, /Z, Z' | Complement van Z | Differentieel signaalpaar |
| Shield | Kabelafscherming | Aansluiting volgens fabrikant/machineontwerp |
| Sense | Spanningscompensatie of bewaking | Niet als gewoon signaal behandelen |
| Alarm | Status- of foutuitgang | Modelafhankelijk |
Draadkleuren zijn geen universele standaard
Binnen één encoderfamilie kunnen kleuren consistent zijn, maar tussen merken en uitvoeringen bestaan grote verschillen. Rood is vaak voeding en blauw of zwart vaak massa, maar daarop mag u niet vertrouwen zonder documentatie.
Gebruik draadkleuren alleen wanneer:
- de officiële datasheet exact bij het typenummer hoort;
- de kabel origineel en niet eerder aangepast is;
- connector en kabellengte bij dezelfde uitvoering horen;
- het connectoraanzicht correct wordt geïnterpreteerd.
Stappenplan om de pinbezetting te achterhalen
1. Documenteer vóór demontage
Maak overzichts- en detailfoto’s, markeer connectororiëntatie en noteer iedere ader of klem. Leg ook vast aan welke PLC-, teller- of driveklemmen de kabel is aangesloten.
2. Zoek de officiële documentatie
Zoek op volledig merk, typenummer en eventueel ID- of serienummer. Gebruik bij voorkeur de officiële fabrikantdatasheet of montagehandleiding.
3. Vergelijk mechanische connectorgegevens
Controleer M12, M23 of andere connector, aantal polen, codering, male/female en sleutelpositie.
4. Identificeer eerst voeding en massa
Sluit nooit signaaldraden aan voordat voedingsspanning en polariteit voldoende zeker zijn. Een fout op de voedingspinnen kan de encoder direct beschadigen.
5. Bepaal het uitgangstype
Controleer HTL, TTL/RS-422, open collector, sin/cos of absolute interface. Dit bepaalt welk elektrisch gedrag u op de signalen verwacht.
6. Leg A/B/Z en complementen vast
Noteer ieder kanaal afzonderlijk. Controleer of de machine 3-kanaals of 6-kanaals signalen gebruikt.
7. Vergelijk met de ontvangende ingang
Een PLC- of drivehandleiding kan helpen om te zien welke klemmen voeding, A/A-, B/B- en Z/Z- verwachten. De informatie van encoder én ontvanger moet overeenkomen.
8. Documenteer de definitieve pinout
Sla de gecontroleerde pinbezetting op bij machine, artikelnummer en reservedelenlijst. Dat voorkomt opnieuw zoeken bij de volgende storing.
M12 is niet altijd dezelfde pinout
M12-connectoren bestaan in verschillende pooltallen en coderingen. Een 5-polige M12 kan bijvoorbeeld een eenvoudige A/B-uitvoering bevatten, terwijl een 8-polige uitvoering A/A-, B/B-, Z/Z-, voeding en massa kan combineren. Dit is echter geen universele indeling.
Controleer altijd:
- aantal polen;
- A-, B-, D- of andere codering;
- positie van de sleutel;
- mannelijke of vrouwelijke uitvoering;
- pinnummering in de datasheet;
- connectoraanzicht.
M23 en ronde industriële connectoren
M23-connectoren worden veel gebruikt bij encoders en motorfeedback, maar het aantal polen en de pinbezetting verschillen. Een M23-behuizing garandeert daarom geen elektrische compatibiliteit.
Bij motorfeedback kunnen naast positiekanalen ook temperatuur-, commutatie- of seriële datalijnen aanwezig zijn. Zulke systemen mogen niet als standaard A/B/Z-encoder worden behandeld.
Kan continuïteit meten helpen?
Met een spanningsloze, volledig losgenomen kabel kan een continuïteitsmeting helpen om te bepalen welke connectorpin bij welke ader of klem hoort. Dit toont echter alleen de kabelverbinding en niet de functie van die pin.
Let op:
- meet niet door actieve elektronica alsof het een gewone draad is;
- koppel beide uiteinden volgens procedure los;
- voorkom testspanningen die elektronica kunnen beïnvloeden;
- gebruik metingen alleen als aanvulling op officiële documentatie.
Signalen meten zonder verkeerde conclusies
Een multimeter kan voeding en soms langzaam wisselende signalen tonen, maar is ongeschikt voor volledige beoordeling van snelle encodersignalen. Een oscilloscoop of encoderdiagnoseapparaat kan amplitude, frequentie, fase, flankvorm en ruis laten zien.
| Meetmiddel | Geschikt voor | Beperking |
|---|---|---|
| Multimeter | Voeding, polariteit, continuïteit | Toont snelle pulsen niet betrouwbaar |
| Oscilloscoop | A/B/Z, fase, amplitude, ruis en frequentie | Correct aansluiten en interpreteren vereist kennis |
| Logic analyzer | Digitale timing en telling | Ingangsniveau moet veilig passen |
| Encoder tester | Gerichte feedbackdiagnose | Moet geschikt zijn voor uitgangstype/interface |
Veelgemaakte fouten
- rood automatisch als plus en zwart automatisch als massa aannemen;
- connectoraanzicht verkeerd om lezen;
- M12- of M23-pinout van een ander merk kopiëren;
- HTL en TTL door elkaar halen;
- A- als massa interpreteren;
- shield en 0 V zonder controle verbinden;
- ongebruikte draden aan massa leggen;
- voeding inschakelen voordat de pinout is geverifieerd;
- alleen de encoderdata bekijken en niet de ontvangende ingang.
Pinbezetting bij vervanging vergelijken
| Onderdeel | Bestaande encoder | Vervanger | Actie |
|---|---|---|---|
| Voeding | Pin en spanning vastleggen | Exact vergelijken | Geen compromis zonder engineering |
| Massa/common | Pin en referentie vastleggen | Exact vergelijken | Aangepaste kabel indien nodig |
| A/B/Z | Kanalen en richting | Functie behouden | Pinout of software aanpassen |
| Complementen | A-/B-/Z- aanwezig? | Ontvangerbehoefte controleren | Geen 3-kanaals vervanger bij vereiste 6-kanalen |
| Shield | Machineconcept vastleggen | Fabrikantinstructie controleren | Aardingsplan behouden |
| Connector | Type, codering, gender | Gelijk of afwijkend | Adapterkabel ontwerpen en documenteren |
Welke informatie kunt u aanleveren?
- volledig typenummer en serienummer;
- foto van typeplaatje;
- foto recht op de connectorpinnen;
- foto van kabelstekker en sleutelpositie;
- zichtbare draadkleuren en klemnummers;
- schema van PLC, drive of teller;
- voedingsspanning;
- bekend uitgangstype;
- machinefabrikant en toepassing.
Veelgestelde vragen
Hebben alle 8-polige M12-encoders dezelfde pinbezetting?
Nee. Pinbezetting en signaaltype verschillen per fabrikant, serie en uitvoering.
Kan ik de draadkleuren van een ander merk gebruiken?
Nee. Gebruik alleen kleuren uit de officiële documentatie van het exacte type.
Is A- hetzelfde als massa?
Nee. A- is meestal het complementaire signaal van A bij een differentiële uitgang.
Kan een aangepaste kabel een andere connector oplossen?
Vaak wel, mits alle elektrische functies, spanningen en signalen correct worden vertaald en gedocumenteerd.
Gerelateerde pagina's
- encoder vervangen
- onbekende encoder identificeren
- encoderoplossingen van Indusen
- retrofit & vervanging
- Wachendorff Automation encoders
- foto’s en pinbezetting insturen
Encoderpinbezetting laten controleren
Heeft u een encoder zonder aansluitschema of wilt u een vervanger met een andere connector toepassen? Stuur het volledige typenummer, foto’s van beide connectorzijden en de beschikbare schema’s.
Via contact beoordeelt Indusen de technische gegevens en kan een passende encoder of aangepaste aansluitingsroute worden voorgesteld. Sluit een onbekende encoder niet aan zolang voeding en pinbezetting niet voldoende zeker zijn.