Overslaan naar inhoud

Encoder geeft geen signaal? 12 controles vóór u de encoder vervangt

Van voeding, kabel en connector tot HTL/TTL, A/B/Z-signalen, ingangsfrequentie en mechanische koppeling.
28 juli 2026 in
Encoder geeft geen signaal? 12 controles vóór u de encoder vervangt
Miki Nabben

Geeft een encoder geen pulsen, geen positiewaarde of een terugkerende feedbackfout? Dan is de encoder niet automatisch defect. In de praktijk kan de oorzaak ook liggen in de voedingsspanning, kabel, connector, afscherming, mechanische koppeling, ingang van de PLC of drive, of een verkeerde combinatie van uitgangssignaal en besturing.

Door systematisch te controleren voorkomt u dat een nieuwe encoder wordt besteld terwijl het werkelijke probleem in de installatie blijft bestaan.

Kort antwoord

Controleer achtereenvolgens de voedingsspanning, polariteit, kabel en connector, mechanische aandrijving, uitgangstype, A/B/Z-signalen, signaalfrequentie, afscherming, ingangsconfiguratie en machineparameters. Vervang de encoder pas wanneer voldoende zeker is dat de fout daadwerkelijk in de encoder zit.

Veiligheid: schakel de installatie spanningsloos voordat bedrading, connectoren of pinbezettingen worden gewijzigd. Metingen aan een ingeschakelde machine horen uitsluitend door gekwalificeerd personeel met geschikte meetmiddelen te worden uitgevoerd.

Welke symptomen wijzen op een ontbrekend encodersignaal?

  • de PLC, teller of drive ziet geen pulsen;
  • de weergegeven snelheid blijft op nul staan;
  • de positie verandert niet terwijl de as draait;
  • de machine blijft vragen om een referentiecyclus;
  • er verschijnt een feedback-, encoder- of trackingalarm;
  • slechts één draairichting wordt correct herkend;
  • de positie springt of loopt langzaam weg;
  • de storing ontstaat alleen bij hogere snelheid;
  • de fout verschijnt na onderhoud, kabelvervanging of ombouw;
  • de storing is temperatuur-, trillings- of vochtgevoelig.

Snelle foutindeling

SymptoomWaarschijnlijke richtingEerste controle
Geen enkel signaalVoeding, massa, kabel, connector of encoderVoedingsspanning direct bij de encoder
A aanwezig, B ontbreektKanaal, ader, connectorpin of uitgang defectA/B afzonderlijk meten en kabel doormeten
Signaal bij lage snelheid, fout bij hoge snelheidFrequentielimiet, kabel, signaalvorm of ingangPPR, toerental en maximale ingangsfrequentie
Onrustige positieRuis, afscherming, slechte verbinding of mechanische spelingBekabeling, connector en koppeling
Verkeerde draairichtingA/B-volgorde of parametreringFasevolgorde en richtinginstelling
Geen index- of referentiepulsZ-kanaal, smalle puls of verkeerde referentieprocedureZ-signaal tijdens volledige omwenteling

1. Controleer de voedingsspanning bij de encoder

Meet niet alleen in de schakelkast. Controleer de spanning zo dicht mogelijk bij de encoder en, waar veilig uitvoerbaar, onder normale belasting. Een kabelbreuk, overgangsweerstand of slechte connector kan ervoor zorgen dat de spanning in de kast goed lijkt, maar bij de encoder inzakt.

  • vergelijk de gemeten spanning met het typeplaatje en de datasheet;
  • controleer plus, massa en polariteit;
  • let op 5 V-, 10–30 V- en 24 V-uitvoeringen;
  • controleer of voeding en signaalniveau volgens de datasheet bij elkaar horen;
  • let op spanningsval bij lange of dunne kabels.

Een encoder met een nominale 5 V-voeding mag niet zonder meer op 24 V worden aangesloten. Een te hoge spanning of verkeerde polariteit kan de uitgang permanent beschadigen.

2. Controleer kabel, connector en trekontlasting

Een encoderkabel beweegt vaak mee met de machine, loopt door een kabelrups of wordt blootgesteld aan olie, koelmiddel, trillingen en scherpe buigradii. Daardoor kan een interne aderbreuk ontstaan zonder dat de buitenmantel duidelijk beschadigd is.

Controleer:

  • losse of teruggedrukte connectorpinnen;
  • corrosie, vocht of vervuiling in de connector;
  • beschadigde mantel en knikpunten;
  • trekbelasting op kabel en wartel;
  • kabelovergangen en tussenconnectoren;
  • aders die alleen bij beweging contact verliezen;
  • afscherming en correcte aansluiting daarvan.

Een identieke M12- of M23-connector betekent niet automatisch dat de pinbezetting gelijk is. Gebruik altijd de documentatie van het exacte type.

3. Controleer of de encoder mechanisch werkelijk meedraait

Bij een encoder met uitgaande as kan een koppeling loszitten, gescheurd zijn of doorslippen. Bij een holle-asencoder kan de klemming los zijn of de koppelsteun beschadigd raken. De elektronica kan dan volledig functioneren terwijl de encoderas niet correct wordt meegenomen.

  • controleer koppeling, klembus en borging;
  • let op scheefstand en radiale of axiale belasting;
  • controleer of de koppelsteun niet verbogen of gebroken is;
  • let op speling tussen machineas en encoder;
  • controleer of de as niet blokkeert door lagerschade.

4. Bepaal welk uitgangstype de besturing verwacht

Een incrementele encoder kan onder andere open collector, push-pull/HTL of differentiële line-driver/TTL-signalen leveren. De aangesloten PLC, teller of drive moet dit uitgangstype ondersteunen.

UitgangTypisch kenmerkMogelijk probleem bij verkeerde combinatie
Open collectorHeeft vaak een pull-up en passende ingang nodigGeen bruikbaar hoog niveau of trage flanken
HTL / push-pullVaak 10–30 V-signaalniveauTe hoge spanning voor 5 V-ingang
TTL / RS-422 line driverVaak 5 V en differentiële parenGeen signaal op standaard 24 V-ingang
Sin/cosAnaloge periodieke signalenNiet bruikbaar op gewone digitale telleringang

De termen HTL en TTL worden in de markt niet altijd volledig uniform gebruikt. Controleer daarom niet alleen de afkorting, maar ook voedingsspanning, uitgangscircuit, signaalniveau en aansluitschema.

5. Controleer de A-, B- en Z-kanalen afzonderlijk

Bij een quadratuurencoder leveren A en B pulsen met een faseverschil. De besturing bepaalt daaruit beweging en draairichting. Z, N of R is meestal een index- of referentiekanaal.

  • A aanwezig en B ontbreekt: snelheid kan soms zichtbaar zijn, maar richting of positie werkt niet correct;
  • A en B verwisseld: de draairichting wordt omgekeerd;
  • A+ en A- verwisseld: de polariteit van één differentieel kanaal verandert;
  • Z ontbreekt: refereren of nulpuntdetectie kan mislukken;
  • slechts één complementair signaal ontbreekt: differentiële ontvanger kan fouten geven.

Controleer bij een differentiële encoder ook A/A-, B/B- en eventueel Z/Z-. Meet niet alleen één draad ten opzichte van massa als de ingang differentieel is opgebouwd.

6. Controleer de signaalfrequentie bij maximale snelheid

Een encoder kan bij lage snelheid goed lijken te werken en bij hogere snelheid pulsen verliezen. De uitgangsfrequentie stijgt met het aantal pulsen per omwenteling en het toerental.

VoorbeeldBerekeningFrequentie
1.024 PPR bij 1.500 rpm1.024 × 1.500 / 6025,6 kHz per kanaal
10.000 PPR bij 3.000 rpm10.000 × 3.000 / 60500 kHz per kanaal

De encoderuitgang, kabel, ontvanger en softwarematige teller moeten de frequentie aankunnen. Let erop dat x4-telling het aantal verwerkte counts verhoogt, maar de fysieke kanaalfrequentie anders wordt gedefinieerd dan het aantal counts.

7. Controleer afscherming en kabelrouting

Encodersignalen kunnen worden beïnvloed door motorkabels, frequentieregelaars, contactoren en andere storingsbronnen. Vooral single-ended signalen en lange kabels zijn gevoeliger.

  • leg encoderkabels niet parallel naast vermogens- en motorkabels;
  • gebruik geschikte afgeschermde kabel;
  • gebruik bij differentiële signalen getwiste aderparen;
  • voorkom onnodige tussenconnectoren;
  • controleer de aardings- en afschermingsstrategie volgens fabrikant en machineontwerp;
  • houd kabels zo kort als praktisch mogelijk.

8. Controleer de ingang van PLC, teller of drive

Een goed encodersignaal is pas bruikbaar wanneer de ontvangende ingang correct is geconfigureerd. Controleer:

  • ingangstype en maximaal toegestane spanning;
  • single-ended of differentiële ingang;
  • maximale tel- of ingangfrequentie;
  • filtertijd en debounce;
  • x1-, x2- of x4-telling;
  • positieve of negatieve logica;
  • ingestelde draairichting;
  • vereiste terminatie bij differentiële signalen.

9. Controleer parametrering en schaalfactor

Na vervanging kan de encoder elektrisch werken, terwijl de weergegeven afstand, snelheid of positie niet klopt. Mogelijke oorzaken zijn een verkeerd pulsaantal, verkeerde meetwielomtrek, andere overbrenging of een gewijzigde schaalfactor in de besturing.

Leg vóór demontage vast:

  • PPR/CPR of absolute resolutie;
  • mechanische overbrengingsverhouding;
  • meetwieldiameter of omtrek;
  • draairichting;
  • indexpositie;
  • PLC-, drive- en tellerparameters.

10. Controleer op vocht, vervuiling en temperatuureffecten

Een storing die alleen na reiniging, bij hoge luchtvochtigheid of na opwarming ontstaat, kan wijzen op een onvoldoende beschermingsklasse, condensatie, kabelafdichting of interne schade.

  • controleer wartel en connectorafdichting;
  • let op koelmiddel, olie, stof en reinigingsmiddelen;
  • vergelijk de omgeving met IP- en temperatuurclassificatie;
  • controleer of kabeluitgang en montagepositie water kunnen vasthouden.

11. Vergelijk het gedrag met een bekende goede situatie

Wanneer beschikbaar kan een identieke machine, een reservekabel of een bekende goede encoder helpen om het probleem af te bakenen. Verwissel onderdelen alleen wanneer typenummer, voeding, pinbezetting en functie aantoonbaar overeenkomen.

12. Bepaal of vervangen technisch zinvol is

Wanneer voeding, bekabeling, mechanica en ingang zijn gecontroleerd en het uitgangssignaal ontbreekt of aantoonbaar vervormd blijft, is vervanging logisch. Vergelijk dan niet alleen de behuizing, maar ook:

  • mechanische uitvoering en asmaat;
  • voedingsspanning;
  • uitgangstype en signaalniveau;
  • PPR, CPR of absolute resolutie;
  • A/B/Z en complementaire signalen;
  • connector en pinbezetting;
  • maximale snelheid en uitgangsfrequentie;
  • IP-klasse, temperatuur en lagerbelasting.

Wanneer is de encoder waarschijnlijk werkelijk defect?

BevindingInterpretatie
Correcte voeding direct op de encoder, maar geen enkel uitgangssignaalEncoder of interne elektronica verdacht
Eén kanaal ontbreekt op encoderzijde én met een andere kabelUitgangskanaal waarschijnlijk defect
Signalen zijn mechanisch onregelmatig bij constante rotatieInterne schijf, magnetisch systeem, lagering of koppeling controleren
Fout blijft bij bekende goede ingang en bekabelingEncoder wordt waarschijnlijk de oorzaak
Fout verdwijnt met andere kabelKabel of connector is de oorzaak, niet de encoder

Welke informatie helpt bij technische beoordeling?

  • volledig merk en typenummer;
  • foto van het typeplaatje;
  • foto van connector, kabel en montage;
  • voedingsspanning en gemeten waarden;
  • foutmelding van PLC, drive of machine;
  • machinefunctie en toerental;
  • bekende PPR/CPR of resolutie;
  • informatie over wanneer de storing optreedt.

Is het type onbekend of het typeplaatje onleesbaar? Gebruik dan de pagina encoder identificeren en stuur meerdere duidelijke foto’s mee.

Veelgestelde vragen

Kan ik een encoder met een multimeter testen?

Een multimeter kan helpen bij voeding, continuïteit en soms langzaam schakelende uitgangen. Voor snelle A/B/Z-signalen, differentiële signalen en signaalkwaliteit is een oscilloscoop of geschikte encoderinterface meestal noodzakelijk.

Waarom zie ik bij lage snelheid wel pulsen en bij hoge snelheid niet?

Dan kunnen uitgangsfrequentie, kabellengte, signaalvorm, ingangsfilter of maximale tellerfrequentie de beperking zijn.

Is geen Z-puls hetzelfde als een defecte encoder?

Nee. De Z-puls kan zeer smal zijn, slechts één keer per omwenteling optreden of door een verkeerde meetmethode niet worden gezien.

Kan een andere connector worden aangepast?

Vaak wel met een aangepaste kabel of adapter, mits voeding, signalen en pinbezetting volledig worden gecontroleerd.

Gerelateerde pagina's

Encoder zonder signaal laten beoordelen

Heeft u een encoder zonder pulsen, een terugkerende feedbackfout of twijfelt u tussen kabelprobleem en encoderdefect? Stuur het volledige typenummer, foto’s, foutmelding en informatie over de aangesloten besturing.

Neem contact op voor technische selectie en een mogelijke vervangingsoplossing. Encodervervangen.nl en Indusen ondersteunen bij identificatie, vergelijking en levering van componenten; storingsreparatie en montage op locatie worden momenteel niet als eigen service aangeboden.

Magnescale SR27A absolute lineaire schaal vervangen
Van effectieve lengte en thermische uitzetting tot driveprotocol, interface-unit en smalle montage.