Overslaan naar inhoud

ATEX encoder vervangen: zone, Ex-markering en certificering correct vergelijken

Vergelijk certificering én encoderfunctie voordat u een Ex-encoder vervangt.
11 augustus 2026 in
ATEX encoder vervangen: zone, Ex-markering en certificering correct vergelijken
Miki Nabben

Een encoder in een explosiegevaarlijke omgeving vervangen is geen normale één-op-één retrofit. Naast mechanische maat, PPR of interface moet de vervanger aantoonbaar geschikt zijn voor de betreffende explosiegevaarlijke toepassing. Een standaardencoder met dezelfde flens en dezelfde signalen mag daarom niet worden gekozen alleen omdat hij technisch “werkt”.

Kort antwoord

Controleer bij een ATEX-encoder altijd de volledige Ex-markering, toepasselijke zone/omgeving, gas- of stofgroep, temperatuurclassificatie/maximale oppervlaktetemperatuur, beschermingswijze, omgevingstemperatuur, certificaat, kabelinvoer én de normale encoderparameters. De ATEX-richtlijn 2014/34/EU is van toepassing op apparatuur en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik in potentieel explosieve atmosferen binnen de EU.

Waarom dezelfde PPR en flens niet genoeg zijn

Een Ex-encoder is niet alleen een encoder met een robuuste behuizing. De constructie, kabelinvoer, materiaalkeuze, afdichting en elektrische eigenschappen maken deel uit van de beoordeelde explosieveiligheid. De goedkeuring geldt voor een specifieke uitvoering en toepassingsgrens.

Daarom moet de vervanger zowel functioneel als explosieveilig passen. Begin dus niet bij “welke encoder heeft dezelfde as?”, maar bij de complete typeplaat en het certificaat.

Stap 1: fotografeer de volledige Ex-markering

Maak vóór demontage scherpe foto's van het complete typeplaatje. Noteer alle onderdelen van de Ex-markering, niet alleen het ATEX-logo of een zoneverwijzing. Ook certificaatnummer, temperatuurgegevens, apparatuurcategorie/EPL en eventuele speciale voorwaarden kunnen relevant zijn.

Bij een beschadigd typeplaatje mag u de ontbrekende Ex-classificatie niet gokken. Zoek de originele documentatie of laat het exacte type reconstrueren.

Stap 2: controleer gas, stof en de toegewezen zone

Explosiegevaar kan ontstaan door gas/damp of door brandbaar stof. De installatie-eigenaar bepaalt de gevarenzone en de apparatuur moet daarvoor geschikt zijn. Zones en markeringen mogen daarom niet los van de bestaande risicobeoordeling worden geïnterpreteerd.

Voor een vervangingsproject is de praktische regel eenvoudig: leg de bestaande classificatie en de door de installatie vereiste classificatie naast de certificering van de nieuwe encoder. Gebruik geen encoder met een “ongeveer vergelijkbare” Ex-aanduiding.

Stap 3: temperatuurklasse en omgevingstemperatuur

De maximale oppervlaktetemperatuur van apparatuur is een essentieel onderdeel van explosieveiligheid. Daarnaast heeft de encoder een toegelaten omgevingstemperatuurbereik. Een vervanger die elektrisch goed past maar bij de aanwezige omgevingstemperatuur buiten zijn gecertificeerde bereik wordt gebruikt, is geen correcte vervanging.

Stap 4: beschermingswijze en behuizing

Ex-apparatuur kan verschillende beschermingsprincipes gebruiken. De behuizing en kabelinvoer zijn daarbij functionele onderdelen van het veiligheidsconcept. Een wartel, connector of kabel mag daarom niet willekeurig worden vervangen door een standaardcomponent wanneer die onderdeel is van de gecertificeerde uitvoering.

Stap 5: ATEX en IECEx niet door elkaar halen

ATEX is de Europese regelgeving voor apparatuur in potentieel explosieve atmosferen. IECEx is een internationaal certificeringssysteem. Veel industriële encoders zijn in specifieke varianten voor beide systemen beschikbaar, maar u moet altijd controleren welke certificering de betreffende installatie, locatie en klant vereist.

Technische encoderselectie blijft daarnaast volledig nodig

EncoderparameterWaarom ook bij ATEX controleren?
Incrementeel of absoluutBepaalt de functie in PLC/drive
PPR / bitsBepaalt schaal en positie-informatie
Uitgang / interfaceBijv. push-pull, RS422, SSI, BiSS, CANopen, PROFIBUS
VoedingsspanningMoet overeenkomen met installatie en gecertificeerde variant
As / holle as / flensBepaalt mechanische passing
Maximaal toerentalMag niet worden overschreden
Connector / kabelKan onderdeel zijn van Ex-uitvoering
IP-beschermingRelevant voor omgeving, maar vervangt Ex-classificatie niet

ATEX-encoder met veldbus vervangen

Bij een absolute busencoder komt nog een extra laag compatibiliteit bij. CANopen, PROFIBUS of een andere interface moet technisch passen bij de besturing, terwijl de specifieke encoderuitvoering ook de vereiste Ex-goedkeuring moet hebben. Een standaard veldbusvariant uit dezelfde encoderfamilie is dus niet automatisch toegestaan in de explosiegevaarlijke zone.

Kan een niet-ATEX encoder tijdelijk worden gebruikt?

Gebruik in een geclassificeerde explosiegevaarlijke omgeving vraagt apparatuur die voor die toepassing geschikt en conform is. Een standaardencoder “alleen voor een test” kan een ontstekingsbron vormen en hoort niet als tijdelijke vervanger in de gevarenzone te worden ingezet. Volg de procedures van de installatie-eigenaar en bevoegde veiligheidsorganisatie.

Praktische vervangingschecklist

  1. Volledig oud typenummer en Ex-typeplaat fotograferen.
  2. Actuele zone-/installatieclassificatie bevestigen.
  3. Origineel certificaat en handleiding verzamelen.
  4. Gas/stof, groep, temperatuur en beschermingswijze vergelijken.
  5. Toegestaan omgevingstemperatuurbereik controleren.
  6. Kabelinvoer, wartel, connector en montagevoorschriften vergelijken.
  7. Mechanica: as, flens, boring en bouwruimte controleren.
  8. Elektronica: voeding, PPR/bits en interface controleren.
  9. Certificaten en documentatie van de vervanger vastleggen.
  10. Vervanging laten uitvoeren en valideren volgens de procedures van de installatie.

ATEX is niet hetzelfde als IP67 of heavy-duty

Een hoge IP-klasse zegt iets over bescherming tegen binnendringen van stof en water onder gedefinieerde testcondities. Dat maakt een encoder niet automatisch explosieveilig. Omgekeerd moet een Ex-encoder ook nog steeds mechanisch en omgevingsmatig geschikt zijn voor bijvoorbeeld trillingen, corrosie of washdown.

Welke informatie sturen voor een alternatief?

BenodigdVoorbeeld
TypeplaatVolledige encoder- én Ex-markering
CertificaatPDF of certificaatnummer van huidige encoder
Zone / toepassingGas of stof, installatieclassificatie
OmgevingMin./max. temperatuur, vocht, corrosie
MechanicaAs, flens, holle as, montage
ElektrischVoeding, PPR/bits, uitgang/interface
AansluitingKabel/connector en lengte

Veelgestelde vragen

Is iedere ATEX-encoder geschikt voor zone 1 en 21?

Nee. Controleer de exacte markering en certificering van de specifieke encoderuitvoering en de eisen van de installatie.

Is IP67 voldoende in een explosiegevaarlijke ruimte?

Nee. IP-classificatie en explosieveiligheidsclassificatie zijn verschillende zaken.

Kan ik een andere connector of wartel monteren?

Alleen wanneer dit binnen de gecertificeerde uitvoering en montagevoorschriften is toegestaan. Kabelinvoer kan onderdeel zijn van het Ex-concept.

Moet een vervanger exact hetzelfde merk zijn?

Niet noodzakelijk, maar de alternatieve uitvoering moet zowel de vereiste explosieveiligheidsclassificatie als de mechanische en elektrische encoderfunctie aantoonbaar afdekken.

ATEX encoder laten identificeren

Stuur via Encoder identificeren foto's van het volledige typeplaatje, Ex-markering, mechanische montage en aansluiting. Voor selectie van encoderalternatieven kan Indusen encoderoplossingen de functionele vergelijking ondersteunen. De definitieve Ex-geschiktheid moet altijd tegen de installatie-eisen en geldige certificering worden gecontroleerd.

SinCos / 1 Vpp encoder vervangen: waarom een TTL-encoder geen directe vervanger is
Een analoog 1 Vpp-signaal vraagt een andere ontvanger dan TTL- of HTL-blokpulsen.