Wanneer een sensor niet betrouwbaar detecteert, wordt vaak direct gedacht aan een defecte sensor. In de praktijk ligt de oorzaak echter regelmatig bij montage, materiaal, omgeving, bekabeling of een verkeerde sensorselectie.
Bij Indusen kijken wij daarom niet alleen naar het typenummer, maar naar de volledige toepassing. Zo wordt duidelijk of vervanging nodig is of dat de bestaande sensoroplossingen anders moet worden beoordeeld.
Kort antwoord
Een sensor die niet betrouwbaar detecteert is niet automatisch defect. Controleer eerst detectieprincipe, objectmateriaal, montageafstand, uitgangstype, voeding, bekabeling, vervuiling en omgevingsinvloeden.
Veelvoorkomende oorzaken
- de sensor is te ver van het object gemonteerd
- het objectmateriaal past niet bij het detectieprincipe
- flush en non-flush montage zijn verkeerd toegepast
- de sensor is vervuild door olie, stof, vocht of productresten
- PNP/NPN of NO/NC is verkeerd gekozen
- de bekabeling of connector veroorzaakt storing
- reflectie of kleurverschil beïnvloedt optische detectie
- de schakelfrequentie past niet bij de snelheid van de machine
Controleer eerst het detectieprincipe
Voor metalen objecten zijn inductieve sensoren vaak geschikt. Voor kunststof, glas, vloeistoffen, poeders of granulaten kunnen capacitieve sensoren beter passen. Bij grotere afstanden of wisselende objecten kunnen ultrasone sensoren, optische sensoren of laser sensoren interessanter zijn.
Montage en omgeving zijn vaak bepalend
Een sensor die op papier voldoende detectieafstand heeft, kan in de praktijk toch instabiel werken. Bijvoorbeeld doordat het object te klein is, de sensor te dicht bij metaal zit, de omgeving vervuild is of het object niet goed door het detectieveld beweegt.
| Controlepunt | Wat controleren? |
|---|---|
| Materiaal | Past het object bij het sensorprincipe? |
| Afstand | Is er voldoende marge tussen opgegeven en werkelijke detectieafstand? |
| Montage | Klopt de hoek, positie, flush/non-flush keuze en mechanische tolerantie? |
| Elektrisch | Klopt PNP/NPN, NO/NC, voeding en pinbezetting? |
| Omgeving | Zijn stof, olie, vocht, temperatuur, trillingen of reiniging van invloed? |
| Snelheid | Past schakelfrequentie of responstijd bij de machine? |
Sensor vervangen of toepassing aanpassen?
Niet elke storing vraagt om een nieuwe sensor. Soms is een andere montagepositie, betere afscherming, aangepaste gevoeligheid of ander detectieprincipe voldoende. In andere gevallen is vervanging door een robuuster of beter passend type verstandiger.
Welke informatie helpt bij analyse?
- typenummer van de sensor
- foto van de sensor en montage
- foto van de aansluiting of connector
- omschrijving van het objectmateriaal
- detectieafstand en snelheid van de beweging
- omschrijving van de storing
Hulp bij detectieproblemen
Heeft u een sensor die niet betrouwbaar detecteert? Indusen helpt bij analyse, selectie en retrofit & vervanging.
Neem contact op voor technisch advies.